waarmee kunnen
wij u helpen?

Redelijke maand voor aandelen, bij verder stijgende rentes

geplaatst op 04-11-2019 door Iwan

Aandelenbeurzen leverden in oktober een wat wisselend beeld op, maar globaal gezien stegen de koersen licht. Lange rentes liepen verder op, met negatieve rendementen op staatsobligaties en (in mindere mate) bedrijfsobligaties tot gevolg. Met een rendement van +0,4% voor de MSCI World Developed Markets-index was oktober een redelijke maand voor wereldwijde aandelenbeurzen. Op regioniveau waren er wel verschillen, die in ieder geval gedeeltelijk waren toe te schrijven aan valuta-ontwikkelingen. Zowel Amerikaanse als Europese aandelenbeurzen behaalden in de eigen valuta licht positieve rendementen, maar mede door de waardedaling van de Amerikaanse dollar (-2,1% ten opzichte van de euro) resulteerde voor Amerikaanse aandelen in euro’s gemeten in oktober een negatief rendement van -0,1%. Aziatische aandelenbeurzen en opkomende markten presteerden beter dan Amerikaanse en Europese aandelen, met rendementen van +2% of meer. Ondertussen stegen lange rentes in Europa verder vanaf de bodems van eind augustus. Daarmee waren de rendementen op staatsobligaties in oktober opnieuw negatief, net als in september. Voor bedrijfsobligaties waren de hogere rentes ook nadelig, al bleven de verliezen beperkter dan bij staatsobligaties. De best presterende beleggingscategorie in oktober was opnieuw beursgenoteerd vastgoed, met een rendement van +4,5%. Over heel 2019 tot nu toe heeft vastgoed beter gepresteerd dan obligaties, maar nog wel minder goed dan aandelen.

De rendementen van de verschillende beleggingscategorieën waren als volgt:

Stabilisatie groeivooruitzichten?

Verwachtingen voor de wereldwijde economische groeivooruitzichten zijn de afgelopen maanden steeds neerwaarts bijgesteld, meest recent nog door het IMF. In oktober lijkt echter sprake van een voorzichtige stabilisatie. Voorlopende indicatoren, zoals het ondernemersvertrouwen in zowel de VS als Europa en China, blijven hangen rond ‘neutrale’ niveaus of licht daaronder. Dat wijst op een voortdurende groei van de wereldeconomie rond 3%. Dat is weliswaar het laagste groeipercentage in de afgelopen 10 jaar, maar komt nog altijd niet in de buurt van een ‘recessie’-niveau. Daarvoor zou de groei van de wereldeconomie ruwweg onder 2% moeten zakken, uitgaande van een 0% (of lagere) groei in ontwikkelde landen en een gemiddelde groei van 4% of lager in opkomende markten. Vooralsnog zijn er geen signalen die erop wijzen dat de groei zover zal terugvallen.

Wapenstilstand in de handelsoorlog?

De verslechtering van de economische groeivooruitzichten in de loop van 2019 is toe te schrijven aan één dominante factor: de afname van de wereldhandel. Volgens de ‘wereldhandelsmonitor’ van het Centraal Planbureau groeide de wereldhandel een jaar geleden nog met 5,5% jaar-op-jaar, maar dit is inmiddels omgeslagen in een krimp van ruim 1%. De terugval van de wereldhandel is een direct gevolg van de handelsoorlog van de Amerikaanse president Trump, die tot nu toe vooral gericht is tegen China. Deze handelsoorlog treft in de eerste plaats de nog altijd sterk op export gerichte Chinese economie. Daarnaast raakt het echter ook andere export-economieën die niet direct (of in mindere mate) worden getroffen door handelstarieven, zoals die van Duitsland.
De vraag is nu vooral in hoeverre president Trump met zijn handelsoorlog ook in eigen voet schiet. Als weerwoord tegen de door de VS opgeworpen handelsbarrières heeft China ook handelstarieven tegen de VS afgekondigd. Deze treffen vooral de staten in het Amerikaanse Midwesten die van landbouw en industrie afhankelijk zijn, zoals Wisconsin en Michigan. Dit zijn bij uitstek ook de staten waaraan president Trump in 2016 zijn verkiezingsoverwinning te danken had. Naarmate de economische situatie in deze staten verslechtert, moet Trump zich ook meer zorgen gaan maken over zijn kansen op herverkiezing in 2020. Daarnaast heeft de handelsoorlog ook een indirect effect op het vertrouwen van ondernemers in de hele VS, wat in ieder geval op dit moment al terug te zien is in een lage groei van de bedrijfsinvesteringen. Voor 2020 verwacht het IMF dan ook juist voor de VS een relatief sterke terugval van de economische groei, van ca. 2,5% nu richting 2% eind 2020. Voor alle betrokken partijen, maar zeker dus ook voor president Trump lijkt het aantrekkelijk in ieder geval een tijdelijke wapenstilstand in de handelsoorlog overeen te komen, zodat de Amerikaanse groeivooruitzichten niet verder verslechteren in verkiezingsjaar 2020.

Brexit-onzekerheid van tafel, maar niet voor lang

Net zoals eerder in maart dit jaar, is ook 31 oktober gekomen en gegaan zonder Brexit. Het risico van een ‘no-deal Brexit’ per die datum hield de Europese economie en financiële markten in zijn greep, maar de oude onzekerheid werd vrijwel onmiddellijk vervangen door nieuwe onzekerheid. Er is inmiddels alweer een nieuwe ‘Brexit-datum’ om naar toe te leven: 31 januari 2020, of zoveel eerder als het Britse parlement instemt met de aangepaste deal die premier Johnson met de Europese Unie is overeengekomen. Of een Brexit op die datum wel gehaald wordt, en zo ja hoe, hangt mede af van de verkiezingen in het VK die op 12 december gepland staan. De uitslag van die verkiezingen laat zich moeilijk voorspellen, en daarmee ook de kans op een Brexit per eind januari 2020. Voorlopig blijven daarmee alle opties op tafel. Overigens zal ook bij een ordelijke Brexit de oude onzekerheid weer snel vervangen worden door nieuwe onzekerheid. Weliswaar is dan duidelijk hoe het VK de Europese Unie verlaat, maar niet hoe de toekomstige relaties eruit zullen zien. De inschatting van de regering-Johnson dat er al voor eind 2020 een nieuwe handelsovereenkomst met de EU zal liggen, is in ieder geval rijkelijk optimistisch. Het lijkt realistischer dat dit een proces van jaren wordt dan van maanden.

Centrale banken in de pauzestand

Vanuit centrale banken kwamen in oktober weinig nieuwe of verrassende geluiden. Tegen het eind van oktober verlaagde nog wel de Amerikaanse centrale bank, de Fed, de rente voor de derde keer in minder dan een halfjaar, maar daar hadden financiële markten al ruimschoots op voorgesorteerd. Verdere renteverlagingen zijn zoals gebruikelijk afhankelijk van de ‘ontwikkeling van macro-economische data’, waarbij ook de Fed vooral scherp zal letten op de vervolgstappen in de handelsoorlog. Ervan uitgaande dat een voorlopige wapenstilstand de meest waarschijnlijke volgende stap in die oorlog lijkt, en bovendien Brexit in ieder geval voor de komende maanden van tafel lijkt te zijn, is het meest aannemelijke scenario dat de Fed voorlopig niets doet en pas in 2020 weer tot actie overgaat als dat dan nodig zou blijken.
Bij de ECB is de voorzittershamer ondertussen overgegaan van Mario Draghi naar Christine Lagarde, maar dat heeft nog niet tot een aanpassing in het monetaire beleid in de eurozone geleid. Naar verwachting zal dat ook niet snel gebeuren. Met zijn laatste acties in september (renteverlaging en aankondiging van het opnieuw opstarten van kwantitatieve verruiming), heeft Draghi de grote lijnen van het monetaire beleid van de ECB voor in ieder geval de komende tijd immers wel uitgetekend. Daarna wordt vooral interessant in hoeverre Lagarde meer oor zal hebben voor de tegenstanders van het extreem ruime monetaire beleid van Draghi, zoals Duitsland en Nederland. Hoe dan ook zal ook voor Lagarde gelden dat de macro-economische ontwikkelingen in 2020, inclusief een eventuele Brexit, bepalend zijn voor verdere aanpassingen in het monetaire beleid in de eurozone. Een andere zekerheid is dat zij zal blijven hameren op de noodzaak van een ruimer begrotingsbeleid door landen met een begrotingsoverschot, zoals Duitsland en Nederland.