waarmee kunnen
wij u helpen?

Hogere aandelenkoersen en oplopende rentes in november

geplaatst op 04-12-2019 door Iwan

Aandelenbeurzen beleefden in november opnieuw een goede maand, terwijl lange rentes verder stegen vanaf de dieptepunten van eind augustus. Bedrijfsobligaties kwamen qua rendement tussen aandelen en staatsobligaties uit.

Aandelenbeurzen beleefden wereldwijd in november een bovengemiddeld goede maand, in wat toch al een bovengemiddeld goed jaar voor aandelen lijkt te worden. De MSCI World Developed Markets-index behaalde in november een rendement van 4,1%, en komt daarmee in 2019 uit op een winst van tot nu toe bijna 30%. Amerikaanse aandelen presteerden in november, en ook over heel 2019 gemeten, het beste, met een rendement van bijna 5% op maandbasis. Deze ‘outperformance’ was gedeeltelijk toe te schrijven aan de waardestijging van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro van ruim 1%. Aziatische aandelenbeurzen en opkomende markten bleven achter bij Amerikaanse en Europese aandelen, met rendementen van respectievelijk 1,7% en 1,1%. Voortdurende onzekerheid over het verdere verloop van de handelsoorlog en onlusten in Hong Kong speelden Aziatische beurzen parten, terwijl opkomende markten daarnaast ook hinder ondervonden van de politieke onrust in diverse Zuid-Amerikaanse landen. Ondertussen liepen lange rentes licht verder op van de dieptepunten van eind augustus, wat zorgde voor negatieve rendementen op staatsobligaties. Ook voor bedrijfsobligaties waren de hogere rentes nadelig, al bleven de verliezen beperkter dan bij staatsobligaties. Tenslotte bleven de koersuitslagen bij beursgenoteerd vastgoed met een rendement van 1,8% beperkter dan in de afgelopen maanden.

De rendementen van de verschillende beleggingscategorieën waren als volgt:

Meer tekenen van stabilisatie groeivooruitzichten

De eerste tekenen van een stabilisatie van de economische groeivooruitzichten die in oktober zichtbaar waren, werden in november in grote lijnen bevestigd. Vertrouwensindicatoren lijken voorlopig uitgebodemd rond neutrale tot licht benedengemiddelde niveaus, en blijven daarmee nog altijd ver verwijderd van recessieniveaus. De twee meest in het oog springende uitzonderingen zijn Duitsland en Hong Kong. Op basis van voorlopige BBP-cijfers lijkt de Duitse economie in het derde kwartaal op een haar na ontsnapt te zijn aan een recessie, maar het is duidelijk dat het daar economisch niet geweldig gaat. De Duitse industrie, en dan met name de auto-industrie, staat er slecht voor. Dit lijkt gedeeltelijk een structureel probleem te zijn: Duitse autofabrikanten staan op achterstand in de slag om het ‘nieuwe (elektrische) rijden’. Wellicht slagen zij er alsnog in om deen noodzakelijke draai te maken, maar ook meer in het algemeen lijkt het erop dat Duitsland nu de rekening gepresenteerd krijgt van een gebrek aan structurele economische hervormingen in de afgelopen jaren. Wat daarbij niet helpt is de halsstarrige weigering van de regering-Merkel om de Duitse economie te stimuleren met ruimer begrotingsbeleid. Voor Hong Kong geldt dat de economie niet alleen te lijden heeft van de handelsoorlog tussen de VS en China, maar vooral ook van de politieke onrust van de afgelopen maanden. Inmiddels krimpt de economie van Hong Kong met 3% jaar-op-jaar. Zolang een oplossing van de politieke problemen nog niet in zicht is, is ook economisch gezien het ergste waarschijnlijk nog niet achter de rug.

Verder verloop handelsoorlog blijft cruciaal

Niet alleen voor Hong Kong en China, maar in feite voor de hele wereldeconomie blijft de handelsoorlog een belangrijke, zo niet de belangrijkste risicofactor. Financiële markten lijken ervan uit te gaan dat in ieder geval een ‘eerste fase’-overeenkomst tussen de VS en China binnen handbereik is, maar ook in november is definitief uitsluitsel hierover uitgebleven.
Naast de handelsoorlog hangt ook Brexit nog altijd als een zwaard van Damocles boven financiële markten, maar ook hiervoor geldt dat er in november weinig nieuws was te melden. Als het goed is, zal na de Britse verkiezingen van 12 december meer duidelijk worden over het verder verloop. Het meest waarschijnlijke scenario op dit moment lijkt dat de Conservatieven een meerderheid behalen. Dat zou weliswaar duidelijkheid over een Brexit-datum opleveren (waarschijnlijk eind januari 2020), maar ook dan blijft onzeker hoe de toekomstige relaties tussen het VK en de EU eruit zullen zien. Het alternatieve scenario van een meerderheid voor Labour (eventueel samen met de Schotse SNP en de Liberaal-Democraten) zou het economisch relatief gunstige perspectief van een mogelijke ‘no Brexit’ opleveren, maar ook een regering van uitgesproken linkse signatuur. Per saldo zouden financiële markten dit scenario waarschijnlijk als het slechtste van twee kwaden beschouwen.

Aantrekkende inflatie nog geen aanleiding voor ander monetair beleid

Wat inflatiecijfers betreft, leverde november voor de eurozone een dubbele verrassing op. De ‘headline’ inflatie is onverwacht opgelopen naar 1%, en de ‘kerninflatie’ zelfs naar 1,3%. Voor de komende maanden ligt een verder oplopende inflatie in de eurozone in de lijn der verwachting, vooral als gevolg van enerzijds hogere lonen en anderzijds de gestegen olieprijs over het afgelopen jaar. Echter, ook in dat geval zal de doelstelling van een inflatie ‘onder, maar dichtbij 2%’ van de ECB voorlopig nog wel buiten beeld blijven. Daarmee is het onwaarschijnlijk dat de ECB op korte termijn een wijziging zal aanbrengen in het monetaire beleid, dat de inmiddels vertrokken ECB-voorzitter Draghi in september aankondigde. Ook van de Amerikaanse centrale bank, de Fed, valt de komende maanden geen beleidsactie te verwachten, na de drie renteverlagingen van eerder dit jaar.