waarmee kunnen
wij u helpen?

marktontwikkelingen november 2018

geplaatst op 10-12-2018 door Ronald

Financiële markten heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees

Aanvankelijk leek november een maand van herstel te worden voor financiële markten, na een slecht verlopen oktober. In de tweede helft van november sloeg de stemming echter weer om, mede op tegenvallende macro-economische en winstcijfers. Tegen het eind van de maand zorgden hoop op minder renteverhogingen door de Fed en op een binnen de perken blijven van de handelsoorlog tussen de VS en China weer voor enig herstel.
Per saldo was november dus een wisselvallige maand voor beleggers, die uiteindelijk eindigde met negatieve rendementen voor zowel bedrijfsobligaties als vastgoedaandelen en Europese aandelen. De MSCI World Developed Markets aandelenindex en MSCI Emerging Markets aandelen lieten in euro’s gemeten wel beiden een positief resultaat zien (resp. +1,2% en +4,2%). De euro steeg licht ten opzichte van de dollar (+0,04%). De aandelen uit de ontwikkelde landen behaalden op Europa na positieve rendementen, waarbij de aandelen uit Azië-Pacific inclusief Japan de hoogste rendementen behaalden (+2,9%).
Bij de vastrentende waarden gold dat in november staatsobligaties positieve rendementen behaalden (+0,5%). Bij de bedrijfsobligaties gold dat hoe lager de rating was, des te slechter het rendement. High Yield bedrijfsobligaties behaalden een rendement van −2,1%.
De rendementen van de verschillende beleggingscategorieën waren als volgt:

In de ban van de Brexit

Naast het al genoemde handelsbeleid van de regering-Trump, geldt vooral voor Europa dat ook een aantal andere factoren van politiek-economische aard bepalend is voor het sentiment op financiële markten. De stabiliteit van de eurozone wordt al sinds begin oktober op de proef gesteld door de populistische Italiaanse regering, die zich weinig gelegen laat liggen aan de strakke Europese begrotingsregels. Daarnaast zorgen de opstand van de ‘gele hesjes’ tegen de hervormingsgezinde Franse president Macron en de steeds concreter wordende dreiging van een chaotische Brexit voor toegenomen onzekerheid.
Met name rondom laatstgenoemde factor is de spanning in november toegenomen. De Britse premier heeft een akkoord met de EU uitonderhandeld, dat naar verwachting in ieder geval op korte termijn niet tot grote verstoringen in het economisch verkeer tussen het VK en de EU zou leiden. Het Britse parlement lijkt echter niet zonder slag of stoot mee te gaan in dit akkoord, integendeel. Toch achten wij het meest aannemelijke scenario dat het Britse parlement uiteindelijk wel akkoord gaat met de voorgestelde ‘Brexit-deal’ van premier May, al dan niet in gewijzigde vorm en/of met vertraging. Daarbij lijkt de kans op een ‘no Brexit’-scenario, bijv. via een tweede referendum en/of (tijdelijke) intrekking van de ‘Artikel 50’-aanvraag, de laatste tijd toe te nemen ten koste van de kans op een chaotische, economisch voor alle partijen nadelige ‘no-deal Brexit’. Onze inschatting is dat het Brexit-drama op korte termijn voor onzekerheid zal blijven zorgen, maar dat de impact van Brexit op de Europese (ex-VK) economie en financiële markten uiteindelijk beperkt zal zijn.
Naast de afgenomen kans op een ‘no-deal Brexit’, lijkt ook het risico dat de Italiaanse begroting tot een nieuwe eurocrisis zou leiden recent eerder kleiner dan groter geworden. De Italiaanse premier Conte heeft aangegeven bereid te zijn na te denken over een minder ruime begroting, mede onder druk van dreigende strafmaatregelen vanuit de EU. Bovendien heeft het gekrakeel rond de Italiaanse begroting ervoor gezorgd dat financiële markten hogere rentevergoedingen eisen op Italiaanse staats- en bedrijfsobligaties. Dit is ongunstig voor Italiaanse ondernemers en beleggers in Italiaanse staatsobligaties (veelal Italiaanse particulieren en banken), die hun ongenoegen ook aan de regering hebben laten blijken.

Macro-economische cijfers nog altijd redelijk tot goed

Afgaande op de meest recente macro-economische cijfers, resulteert per saldo nog altijd het beeld van een redelijk tot goed draaiende wereldeconomie, maar wel met grote regionale verschillen en wisselende vooruitzichten. Voor de Amerikaanse economie is het grootste risico dat een ‘end of cycle’-scenario, oftewel een recessie, dichterbij is dan tot nu toe gedacht. Voor China blijft de bijzonder hoge schuldenlast het belangrijkste risico, zeker bij een eventueel opnieuw oplaaien van de handelsoorlog. Europa blijft op korte termijn met name verhoogd kwetsbaar voor politiek risico, waarbij naast ontwikkelingen in Italië, Frankrijk en het VK ook de aanstaande leiderschapswissel in Duitsland voor onzekerheid kan blijven zorgen.
Daarbij is ook de sterk gedaalde olieprijs (van 75 dollar per vat begin oktober naar 50 dollar eind november) een inmiddels niet te verwaarlozen factor. Deze daling kan een indicatie zijn van lagere vraag naar olie (en daarmee van een trager groeitempo van de wereldeconomie), maar lijkt vooral toe te schrijven aan ontwikkelingen aan de aanbodzijde. De impact van de lagere olieprijs op economische groei verschilt per land en regio, maar het effect op (verwachte) inflatie is eenduidig: inflatieverwachtingen zijn gedaald. Daarmee neemt de ruimte voor centrale banken (met name de Fed en de ECB) om rentes te verhogen af. Dit heeft indirect ook een drukkend effect op lange rentes.
Het is weliswaar duidelijk dat de gedaalde olieprijs de komende tijd een drukkend effect op in ieder geval de ‘headline’ inflatie zal uitoefenen, maar daar staat tegenover dat de looninflatie tot nu toe zeer beperkt gebleven, zeker in de eurozone. Met de dalende werkloosheid lijkt het een kwestie van tijd tot hogere looneisen zich zullen vertalen in meer looninflatie en uiteindelijk ook hogere consumentenprijzen. In de VS laten de gemiddelde uurlonen inmiddels al een stijging zien van meer dan 3% jaar-op-jaar. Wij gaan er dan ook vooralsnog vanuit dat de Fed ook in 2019 zal doorgaan met renteverhogingen, en dat de ECB vóór eind 2019 een eerste renteverhoging zal doorvoeren.