waarmee kunnen
wij u helpen?

marktontwikkelingen mei 2016

geplaatst op 08-06-2016 door Ronald

De wereldwijde volwassen aandelenbeurzen behaalden in mei een positief rendement. De MSCI World Index steeg, in dollars gemeten, met 0,6%. Omdat de dollar ten opzichte van de euro met 2,6% in waarde toenam kwam het rendement in euro’s uit op 3,3%. Ook vastrentende waarden kenden een positieve maand. De rente op staatsobligaties van de eurozone daalde, wat resulteerde in een rendement van 1,1%.

mooie rendementen onroerend goedaandelen

De MSCI Europe Index steeg met 2,3%. De best presterende aandelenregio was Noord-Amerika, met in euro's een plus van 4,2%. De opkomende markten zaten 1,1% in de min. Europees beursgenoteerd vastgoed deed het met een rendement van 3,4% goed, zowel in absolute zin als in verhouding tot 'gewone' Europese aandelen. Investment grade bedrijfsobligaties kenden een rendement van 0,4%. Dit was lager dan dat van staatsobligaties, wat vooral was te wijten aan de lagere rentegevoeligheid. High yield obligaties waren afgelopen maand iets minder in trek en behaalden nog net een positief rendement. Over de eerste vijf maanden van 2016 gemeten was high yield de categorie met het hoogste beleggingsresultaat.

nieuws1

lagere rente op de kapitaalmarkt

In mei is de rente in de eurozone gedaald. De Duitse 10-jaars staatsrente daalde met 13 basispunten tot 0,14%. De rentecurve vervlakte; de Duitse 2-jaars staatsrente nam met 3 basispunten af tot -0,51%. De meeste perifere landen kenden een ongeveer even grote rentedaling als de kernlanden. Ierland (-20 basispunten), Cyprus (-24) en Griekenland (-130) presteerden beter dan gemiddeld. Slovenië, waar de rente nagenoeg gelijk bleef, was de underperformer. De swap- en creditspreads zijn per saldo weinig veranderd.

gemengde economische cijfers in de vs

De economische data in de VS waren gemengd van aard. De cijfers over de industriële productie, de detailhandelsverkopen, de fabrieksorders, de verkoop van nieuwe en bestaande huizen en de autoverkopen kwamen boven de consensusverwachtingen uit. De groei van het BBP over het eerste kwartaal van 2016 werd naar boven bijgesteld. Hier stonden tegenvallende cijfers over de banenmarkt, de constructiebestedingen en de bouwvergunningen en een lager dan verwacht vertrouwen onder consumenten en inkoopmanagers tegenover. De inflatie was met 1,1% op jaarbasis hoger dan verwacht. De kerninflatie (exclusief energie- en voedselprijzen) daalde licht, tot 2,1% op jaarbasis. magere cijfers in de eurozone.
In de eurozone vielen de meeste economische cijfers tegen. Zo waren de detailhandelsverkopen, de industriële productie, de geldgroei en het producentenvertrouwen lager dan verwacht. Ook werd de groei van het BBP over het eerste kwartaal naar beneden bijgesteld. De werkloosheid bleef conform verwachting gelijk. De belangrijkste meevaller was het gestegen consumentenvertrouwen. De inflatie en de kerninflatie stegen beiden met een tiende van een procentpunt tot respectievelijk -0,1% en 0,8% op jaarbasis. De Europese Commissie verlaagde haar ramingen voor de groei en de inflatie en gaf aan aanzienlijke neerwaartse risico's voor de economie van het eurogebied te zien.

akkoord voor Griekenland

Nadat het Griekse parlement akkoord was gegaan met pensioenhervormingen en andere eisen van de schuldeisers werd er overeenstemming bereikt tussen Griekenland, de EU en het IMF over het voorzetten van het hulpprogramma. De Griekse regering en het IMF pleitten voor schuldverlichting, maar de EU wilde er niet aan. Er werd een compromis bereikt, waarbij aan het eind van het programma de schuld kan worden verlicht. Op de Griekse obligatiemarkt werd verheugd gereageerd op het akkoord. De 10-jaars staatsrente daalde tot iets boven de 7%.

brexit?

De olieprijs en China waren geen belangrijk thema's meer op de financiële markten. De olieprijs zette de gestage stijging van de laatste maanden door. In China waren de meeste macrodata slechter dan verwacht, maar in tegenstelling tot eerder dit jaar reageerden de markten hier nauwelijks op. Het belangrijkste thema van afgelopen maand was waarschijnlijk het naderende referendum in Groot-Brittannië over het lidmaatschap van de EU. De Britse opiniepeilingen gaven een wisselend beeld over de mogelijke uitslag. De centrale bank van het VK, maar ook de Federal Reserve in de VS en de ECB lieten weten het referendum en een mogelijke Brexit mee te laten wegen in het bepalen van het monetaire beleid.

geen veranderingen van monetair beleid

Net als in april maakten de belangrijkste centrale banken afgelopen maand een pas op de plaats. In de VS werd er binnen en buiten de burelen van de Fed veel gepraat over het tijdstip van een eerstvolgende renteverhoging. In de laatste notulen van het FOMC werd gehint op een verhoging in juni, mits de data consistent bleven met het beeld van een herstel van de economische groei in het tweede kwartaal. Een van de argumenten was de verbeterende arbeidsmarkt. Fed-voorzittter Yellen gaf aan te verwachten dat de economie zich goed blijft ontwikkelen en dat het geleidelijk en voorzichtig verhogen van de rente vanaf juni passend zal zijn. Na de publicatie van het zwakke banenrapport begin juni meldden diverse beleidsmakers echter dat een eventuele renteverhoging in ieder geval niet voor juli aan de orde zal zijn. Ook de centrale banken van Japan, het VK en de eurozone veranderden hun beleid afgelopen maand niet. Diverse leden van het beleidscomité van de ECB herhaalden hun mantra dat men vastbesloten is deflatie te voorkomen en indien nodig niet zal schromen het beleid verder te verruimen.

disclaimer

De in deze nieuwsbrief verstrekte informatie is geen aanbod, beleggingsadvies of financiële dienst. De informatie is ook niet bedoeld om enig persoon of instantie aan te zetten tot het kopen of verkopen van enig financieel product of dienst, noch is de informatie bedoeld als basis voor een beleggingsbeslissing.

lees hier onze disclaimer