waarmee kunnen
wij u helpen?

geplaatst op 04-04-2018 door Ronald

Aandelen wederom in de min

Na februari was ook maart een slechte maand voor beleggers in aandelen. In dollars gemeten bedroeg het rendement van de MSCI Wereld Aandelenindex -2,2%. Omdat de dollar ten opzichte van de euro met 1,0% in waarde daalde, kwam het rendement in euro’s uit op -3,1%. In alle regio’s was er een negatief resultaat. Noord-Amerika scoorde met -3,3% het laagste rendement. Europese onroerend goedaandelen profiteerden van de daling van de rente en behaalden een rendement van +3,6%. De daling van de kapitaalmarktrente zorgde voor een plus van 1,6% voor euro-staatsobligaties. Beleggers vluchtten naar ‘veilige havens’ en de swap- en vooral de creditspreads namen flink toe. Investment grade bedrijfsobligaties en high yield obligaties behaalden hierdoor in maart een negatief rendement. Over het eerste kwartaal van 2018 gemeten vormde staatsleningen de beste beleggingscategorie en kenden Europese aandelen, inclusief onroerend goed, de laagste rendementen.

De rendementen van de verschillende beleggingscategorieën waren als volgt:

Rente gedaald

Afgelopen maand is de 10-jaars Duitse staatsrente met 16 basispunten gedaald tot 0,50%. De rentecurve is steiler geworden: De 5-jaars rente is met 12 basispunten afgenomen en de 2-jaars met 6. In de meeste andere eurolanden was er een nog iets grotere rentedaling. Koplopers waren Spanje en Portugal. In beide landen is de 10-jaars rente met 38 basis punten gedaald. Ook Slovenië deed het met een daling van 32 basispunten erg goed. De Spaanse obligatiemarkt kreeg een duw in de rug door een opwaardering van de kredietwaardigheid door ratingbureau S&P. De rating ging van BBB+ naar A-, onder meer omdat volgens de kredietbeoordelaar de economische en budgettaire performance niet hebben geleden onder de politieke spanningen in Catalonië. Met de aanhouding van de Catalaanse leider Puigdemont lijkt de onafhankelijkheidsstrijd vooralsnog geen marktthema meer te zijn, voor zover het dat al was. Italiaanse staatsobligaties presteerden in lijn met die van Duitsland. De financiële markten reageerden gelaten op de verdeelde uitslag van de parlementsverkiezingen, ook omdat het lastig zal worden om snel een nieuwe regering te vormen.

Handelsoorlog?

De stemming op de aandelenmarkt werd voor een groot deel bepaald door de dreiging van een handelsoorlog en de issue van het omgaan met gebruikersgegevens door Facebook.
De laatste dag van februari had president Trump invoerheffingen aangekondigd van 25% op staal en 10% op aluminium. Zowel extern, in de beoogde doellanden, als intern, in de Amerikaanse politiek, kwam hierop veel kritiek. Trump meldde dat hij uitzonderingen wil maken voor Canada en Mexico en andere bondgenoten als Australië, Zuid-Korea en de Europese Unie. Ook omdat hij eind maart bekend maakte extra tarieven ter waarde van 50 miljard dollar aan China te willen opleggen vanwege vermeende schendingen van intellectueel eigendom werd het steeds duidelijker dat de acties vooral tegen China zijn gericht. Dit land waarschuwde voor strenge tegenmaatregelen. Amerika’s nieuwe minister van Financiën Mnuchin gaf later aan 'voorzichtig hoopvol' te zijn dat de VS en China overeenstemming zullen bereiken over een handelsakkoord. In de tweede helft van de maand werd de sell-off geleid door de tech-aandelen op de NASDAQ. Het nieuws dat Facebook heeft toegelaten dat haar data werd gebruikt om opinies te beïnvloeden en het verhaal dat Trump geobsedeerd zou zijn door Amazon waren hier debet aan.

Economische cijfers gemengd

In de VS waren de macro-economische cijfers per saldo gematigd positief. Zo waren de banengroei, de industriële productie en het vertrouwen onder inkoopmanagers hoger dan verwacht en werd de groei van het BBP over het vierde kwartaal van 2017 naar boven bijgesteld tot 2,9% op jaarbasis. Hier tegenover stonden tegenvallende detailhandelsverkopen en een gedaald consumentenvertrouwen. De inflatie steeg licht tot 2,2% op jaarbasis, met een stabiele kerninflatie (ex energie en voedsel) van 1,8%. In de eurozone was het economisch beeld gemengd. De werkloosheid daalde conform verwachting. De winkelverkopen en het consumentenvertrouwen waren hoger dan verwacht maar de industriële productie en het ondernemersvertrouwen kwamen juist lager uit. De inflatie daalde tot 1,1% op jaarbasis, waarbij de kerninflatie gelijk bleef op 1,0%. In het Verenigd Koninkrijk werden de gevolgen van de naderende Brexit gevoeld. Zowel de detailhandelsverkopen als de industriële productie waren beneden verwachting en de huizenprijzen daalden. De Britse inflatie was met 2,7% lager dan verwacht.

Monetair beleid krapper

De centrale banken waren wereldwijd bezig met het verkrappen van het monetaire beleid of, in ieder geval, het voorbereiden daarop. In de VS verhoogde de Federal Reserve de rente tot 1,5-1,75%. De projecties voor de economische groei en de inflatie werden daarbij naar boven bijgesteld. In de begeleidende verklaring werd vermeld dat de arbeidsmarkt verder was versterkt maar dat tegelijkertijd de consumentenbestedingen en de bedrijfsinvesteringen iets waren afgezwakt ten opzichte van het sterke vierde kwartaal. De inflatie was naar de mening van de Fed laag gebleven, maar de verwachting was dat deze gaat stijgen en daarna zal stabiliseren rond de 2%. Volgens de centrale bank zijn de risico’s voor de economische vooruitzichten op korte termijn in balans. De recente ontwikkelingen op het gebied van de handelspolitiek heeft de ‘outlook’ niet veranderd, maar wordt wel gezien als een potentieel risico voor de groei en de inflatie. Het rentebesluit was unaniem. Er worden door de leden 3 verdere renteverhogingen voorzien. Voorzitter Powell gaf aan dat voor wat betreft de vooruitzichten voor 2020 er niet al te veel waarde moet worden gehecht aan de voorspellingen van de FOMC-leden. Volgens hem kunnen beleidsmakers niet zover in de toekomst kijken. In reactie op de renteverhoging in de VS verhoogde de centrale bank van China haar rentetarief met 5 basispunten. In Japan was er geen verandering van beleid. Centrale bankpresident Kuroda meldde na te denken over het beëindigen van het obligatie-opkoopprogramma rond 2019, maar dat het nog te vroeg is voor een debat over de timing en de manier waarop. Ook in het VK en de EMU werd het monetaire beleid onveranderd gelaten. De ECB lijkt voor te sorteren op het stoppen van het opkoopprogramma (QE). In de beleidsverklaring werd de eerder opgenomen passage over de mogelijkheid om QE uit te breiden in omvang en lengte weggelaten. Er was een opwaartse revisie voor de economische groei. De inflatieverwachting voor 2019 werd echter naar beneden bijgesteld. Wel blijven de beleidsmakers ervan overtuigd dat een hogere groei tot een hogere inflatie zal leiden. Net als de Fed gaf de ECB aan het recente protectionisme als een bron van onzekerheid te zien.

Geopolitieke onzekerheden blijven

Naast de dreigende handelsoorlog waren er verschillende gebeurtenissen op (geo)politiek vlak die invloed hadden op de financiële markten. In het VK speelde uiteraard nog steeds de Brexit. Het belangrijkste nieuws was dat de EU en het VK het eens werden over een post-Brexit transitiedeal. Daarnaast was er het vergiftigingsschandaal met de uitwijzing van Russische diplomaten en de reactie van Rusland daarop. Ondertussen won Putin Poetin met grote overmacht de presidentsverkiezingen. Verder waren er de politieke ontwikkelingen in de VS. De regeringsploeg van Trump bleef flink in beweging met het ontslag van onder meer economisch adviseur Cohn en de minister van buitenlandse zaken Tillerson. Trump accepteerde een uitnodiging van Kim Jong Un, de leider van Noord-Korea, voor een ontmoeting. Noord-Korea zocht tevens toenadering tot Zuid-Korea en China, dat met een bliksembezoek werd vereerd. Een mogelijke nucleaire dreiging verdween afgelopen maand duidelijk naar de achtergrond.