waarmee kunnen
wij u helpen?

Marktontwikkelingen juni 2019

geplaatst op 04-07-2019 door Iwan

Een goede maand voor aandelen en obligaties, maar niet voor vastgoed

Vrijwel alle beleggingscategorieën leverden in juni positieve rendementen op, en lieten daarmee een sterk herstel zien na een matige meimaand. De enige uitzondering was Europees beursgenoteerd vastgoed, met een negatief rendement van bijna -6%. Vastgoed blijft al langere tijd achter bij andere beleggingscategorieën, wat mede lijkt toe te schrijven aan een combinatie van verslechterde economische vooruitzichten, matige structurele ontwikkelingen (m.n. retail) en hoge waarderingen. Specifiek in juni kwam daar nog bij dat Duits ‘residential’ vastgoed hinder ondervond van de instelling van een ‘huurplafond’ in Berlijn.
Voor alle andere beleggingscategorieën gold dat de rendementen werden opgestuwd door het vooruitzicht van een ruimer monetair beleid door centrale banken, met de Fed en de ECB voorop. Het vooruitzicht van lagere rentetarieven is gunstig voor zowel staatsobligaties (+2,3% in juni) en bedrijfsobligaties (+1,6%) als aandelen (+4,7% voor de MSCI World Developed Markets-index). Bij bedrijfsobligaties presteerden ‘high yield’-obligaties (+2,4% in juni) beter dan meer ‘veilige’ bedrijfsobligaties. Bij aandelen was Noord-Amerika (+5,0% in juni) opnieuw de winnaar, terwijl Asia-Pacific (+3,5%) en Emerging Markets (+4,3%) relatief achterbleven. Aan de waardedaling van de euro ten opzichte van de dollar over het afgelopen jaar kwam, in ieder geval tijdelijk, een einde. In juni steeg de euro bijna 2% in waarde.

De rendementen van de verschillende beleggingscategorieën waren als volgt:

Stabilisatie economische groeivooruitzichten?

Na de neerwaartse bijstellingen van de groeiverwachtingen voor de wereldeconomie eerder dit jaar, is het de afgelopen maanden wat dat betreft relatief rustig gebleven. Ook aan de dalende trend bij indicatoren voor producentenvertrouwen lijkt een (voorlopig) einde gekomen. Globaal wijzen deze indicatoren nu op gemiddelde tot licht beneden gemiddelde groeivooruitzichten voor de komende tijd. Daarbij staat de Amerikaanse economie er relatief nog altijd het beste voor. De huidige economische cyclus duurt daar inmiddels al 10 jaar. Daarmee maakt de VS de langste periode van onafgebroken positieve economische groei door sinds 1854. Met een werkloosheid van 3,6% (het laagste niveau sinds 1969) en aandelenbeurzen rond recordniveaus, lijkt een recessie nog altijd niet in zicht, ook al zijn de vooruitzichten nu wel minder gunstig dan eerder in deze cyclus. Overigens geldt ook voor andere regio’s dat vertrouwensindicatoren nergens rond ‘recessie’-niveaus staan.

Industrie heeft meer last van handelsoorlog dan dienstverleners…

Opvallend bij de indicatoren voor producentenvertrouwen is het verschil tussen industrie en dienstverlening: de vooruitzichten voor de industrie worden als aanmerkelijk slechter ingeschat dan die voor de dienstverlening. Dit lijkt vooral toe te schrijven aan de recente opleving van de handelsoorlog tussen de VS en China. Een kwartaal geleden leek een handelsakkoord tussen beide landen nog binnen handbereik, maar in plaats daarvan kondigde de VS in mei juist onverwacht een uitbreiding aan van de handelstarieven gericht tegen China. Een handelsoorlog raakt vooral ondernemingen in de industrie en landbouw, niet zozeer (of alleen meer indirect) bedrijven die in de dienstverlening actief zijn.

…en China meer dan de VS, in ieder geval tot nu toe

Vooralsnog lijkt de handelsoorlog vooral nadelig voor het Chinese bedrijfsleven. De Chinese overheid probeert de negatieve gevolgen voor de economie tegen te gaan met extra overheidsbestedingen en kredietverlening. Ondertussen is ook de renminbi, de Chinese munt, in waarde gedaald, wat Chinese exporteurs enig tegenwicht biedt tegen de hogere handelstarieven. Per saldo lijkt de Chinese groei wel te vertragen, maar niet veel meer dan voor de recente opleving van de handelsoorlog al werd verwacht. De wapenstilstand in de handelsoorlog, die eind juni tijdens de G-20 top in Osaka werd afgesproken, kan de Chinese (en de wereld-) economie wat lucht geven, al valt nog te bezien of de tijdelijke wapenstilstand ook tot definitieve vrede leidt.

Europa geen lachende derde

Een eventuele verdere uitbreiding van de handelsoorlog zou een bedreiging vormen voor andere opkomende markten (bijv. Mexico) en mogelijk ook Europa (met name Duitsland), maar vooralsnog lijkt de regering Trump zich vooral te richten op China. Overigens staat de Europese economie er ook zonder handelsoorlog niet bijzonder goed voor. De Duitse (auto-) industrie kwakkelt, de regering van Italië maakt liever ruzie met Brussel over hogere overheidsuitgaven dan structurele hervormingen door te voeren, en de politieke chaos in het VK is met het vertrek van premier van May alleen maar groter geworden. De kans op een ordelijke Brexit, al dan niet per eind oktober, lijkt kleiner geworden ten opzichte van de kans op een ‘no deal’-Brexit, danwel op een tweede referendum of nieuwe verkiezingen.

Inflatiebeeld verslechterd…

Zowel in de VS als in de eurozone is het feitelijke inflatiebeeld over het afgelopen kwartaal licht verslechterd. Jaar-op-jaar is de stijging van de consumentenprijzen in de VS afgenomen naar 1,8% en in de eurozone naar 1,2%. Dit is mede toe te schrijven aan de daling van de olieprijs over het afgelopen jaar. Tegelijkertijd is ook de kerninflatie (exclusief voedings- en energieprijzen) afgenomen naar 2% in de VS en 1,1% in de eurozone. In de huidige fase van de economische cyclus is het aannemelijk dat de kerninflatie geleidelijk zal oplopen, vooral als gevolg van stijgende loonkosten. Op dit moment nemen die al toe met respectievelijk ca. 3% jaar-op-jaar in de VS en 2,5% in de eurozone. Voor de ‘headline’ inflatie is daarnaast mede de ontwikkeling van de olieprijs van belang. Deze is recent weer opgelopen, vooral als gevolg van toenemende spanningen tussen de VS en Iran. Bij een verder oplopende olieprijs, bijvoorbeeld als de situatie in de Golf-regio verder uit de hand zou lopen, zal op termijn ook de ‘headline’ inflatie toenemen.

…met aangepaste renteverwachtingen tot gevolg

Met de lagere inflatiecijfers zijn rentemarkten ook een ander scenario gaan inprijzen ten aanzien van toekomstig monetair beleid van centrale banken. Ook centrale bankiers zelf hebben een draai gemaakt in hun verwachtingen over het te voeren monetaire beleid. In de VS heeft de Fed de basisrente tot nu toe in 2019 ongewijzigd gelaten. De meningen van de bestuursleden van de Fed zijn nu verdeeld tussen de rente ook de rest van dit jaar ongewijzigd te laten of deze 1-2 keer te verlagen. Een renteverhoging is in ieder geval zo goed als uitgesloten. Scheidend ECB-voorzitter Mario Draghi heeft in een toespraak in het Portugese Sintra in juni ook voor de eurozone de deur opengezet naar monetaire verruiming, “als de economische cijfers niet verbeteren”. Wellicht kondigt Draghi zelf nog een renteverlaging aan voor zijn vertrek in oktober, maar anders is in ieder geval de kans toegenomen dat zijn opvolger dat zal doen, of zich zelfs genoodzaakt ziet het stopgezette programma van ‘kwantitatieve verruiming’ nieuw leven in te blazen.

Financiële markten te ver op de muziek vooruit gelopen?

Aandelenbeurzen en obligatiemarkten lijken op dit moment uit te gaan van sterk verschillende economische scenario’s. Wat ons betreft zijn aandelenbeurzen nu mogelijk te optimistisch over het macro-economische klimaat en de vooruitzichten voor bedrijfswinsten, maar lijken obligatiemarkten juist te pessimistisch over de groei- en inflatievooruitzichten. De gemeenschappelijke noemer op financiële markten is dat voorgesorteerd wordt op aanzienlijke monetaire verruiming in de komende maanden. Naar onze inschatting zijn financiële markten daarmee (te) ver op de muziek vooruitgelopen. Vooral staatsobligaties zijn kwetsbaar als macro-economische cijfers de komende tijd niet veel verder verslechteren en/of centrale banken minder verruimen dan waarop nu wordt gerekend. Voor aandelenbeurzen en beursgenoteerd vastgoed is een klimaat van hogere rentes niet onverdeeld gunstig. Bedrijfsobligaties lijken in een dergelijk klimaat relatief nog de meest aantrekkelijke beleggingscategorie. Bij hogere rentes en bovengemiddelde onzekerheid op financiële markten is wat ons betreft ook een overweging naar cash gerechtvaardigd.