waarmee kunnen
wij u helpen?

marktontwikkelingen juni 2018

geplaatst op 05-07-2018 door Ronald

Een goede maand voor staatsobligaties, een matige maand voor aandelen

In juni liet de MSCI World Developed Markets aandelenindex in euro’s gemeten een licht negatief resultaat zien (-0,1%). Wederom behaalden in juni Noord-Amerikaanse aandelen het hoogste rendement (+0,60%). Aandelen uit Azië-Pacific en de opkomende markten waren met hun negatieve rendementen van -3,3% en -4,2% de underperformers.
Bij de vastrentende waarden presteerden staatobligaties in juni beter dan bedrijfsobligaties. Bij bedrijfsobligaties gold dat hoe hoger de kredietkwaliteit was, hoe hoger het rendement uitkwam. Euro high yield obligaties behaalden de laagste rendementen (-0,5%). Bij de staatsobligaties lieten zowel obligaties van de kernlanden als van de periferie allemaal positieve rendementen zien, waarbij Italiaanse staatsobligaties uiteindelijk de hoogste rendementen behaalden (+1,1% voor 10-jaars Italiaanse staatsobligaties tegen 0,6% voor 10-jaars Duitse staatsobligaties). Wel gedroegen de koersen van de perifere staatsobligaties, en dan met name de Italiaanse, zich volatieler dan de staatsobligaties uit de kernlanden.
De rendementen van de verschillende beleggingscategorieën waren als volgt:

Macro-cijfers blijven goed, ondanks dreiging handelsoorlog

Met een groei van ca. 4% staat de wereldeconomie er nu beter voor dan op enig ander moment sinds het einde van de kredietcrisis zo’n 7 jaar geleden. De afgelopen tijd draagt vooral de Amerikaanse economie bij aan dit positieve beeld, mede aangejaagd door de begin dit jaar doorgevoerde belastingverlagingen daar. Het vertrouwen van zowel Amerikaanse producenten als consumenten blijft hoog en de werkloosheid daalt nog altijd verder. Dat geldt overigens niet alleen voor de VS, maar ook voor veel andere landen.
Minder goed nieuws is dat de bedreigingen voor de toekomstige groei van de wereldeconomie sinds het einde van de kredietcrisis ook niet zo groot zijn geweest. Niet alleen bevindt de huidige groeicyclus zich al in een relatief vergevorderd stadium, vooral in de VS, daarnaast vormt in toenemende mate politiek risico een bedreiging voor de groeivooruitzichten. Het belangrijkste risico vanuit dat perspectief is dat van een wereldwijde handelsoorlog, waar de Amerikaanse president Trump steeds meer op lijkt aan te sturen. Ook als de feitelijke impact van de nu aangekondigde en doorgevoerde handelstarieven beperkt blijft, kan de indirecte schade door vertrouwensverlies groot zijn.


Kan Europa de dans ontspringen?

Zolang president Trump zijn anti-handelspijlen vooral richt op China en de directe buurlanden van de VS, kan de schade van een handelsoorlog voor Europa relatief beperkt blijven. Echter, wat politiek risico betreft heeft Europa genoeg aan zichzelf. Vooral de recent aangetreden populistische Italiaanse regering vormt op dit moment een bedreiging voor de Europese eenheid. Tot nu toe zijn vertrouwensindicatoren in absolute zin hoog gebleven, maar in het eerste halfjaar vielen juist in Europa veel macro-economische cijfers tegen bij de verwachtingen.
Ook een aantal opkomende markten is nu bovengemiddeld kwetsbaar voor politiek risico, op korte termijn vooral in Latijns Amerika (o.a. Mexico en Brazilië). De dure dollar en oplopende rentes in de VS vormen een bedreiging voor landen met zwakke schuldenposities, zoals Argentinië en Turkije. Als de Chinese economie meer zou afkoelen dan verwacht, bijv. als gevolg van een handelsoorlog, raakt dat niet alleen China maar ook de omringende Aziatische opkomende markten.


Toenemende inflatiedruk

In de VS is de inflatiedruk de afgelopen tijd verder opgelopen. Zowel de ‘headline’ inflatie als de ‘kerninflatie’ (exclusief volatiele voedings- en energieprijzen) komt nu boven 2% uit, respectievelijk op 2,8% en 2,2%. De ‘headline’ inflatie is sinds begin 2012 niet meer zo hoog geweest, wat vooral is toe te schrijven aan de gestegen olieprijs. Ook in de eurozone is de inflatiedruk recent relatief sterk toegenomen, mede als gevolg van de gestegen olieprijs.

Meer duidelijkheid over monetair beleid

In juni hebben zowel de Amerikaanse als de Europese centrale bank (respectievelijk de Fed en de ECB) zich behoorlijk duidelijk uitgesproken over de richting van het te verwachten monetaire beleid voor het komende jaar. In de VS heeft de Fed in juni de basisrente verder verhoogd tot een ‘target range’ van 1,75%-2%, en daarbij de verwachting uitgesproken hiermee voorlopig door te zullen gaan, in ongeveer hetzelfde tempo als de afgelopen tijd. Dat zou betekenen dat de Amerikaanse basisrente richting eind 2019 boven 3% uitkomt.
De eurozone blijft zowel qua economische groei als inflatie achter bij de VS. Voorlopig hoeven we dan ook niet te rekenen op renteverhogingen door de ECB. Sterker nog, ECB-voorzitter Mario Draghi heeft in juni aangegeven dat een eerste renteverhoging (vanaf het huidige niveau van 0%) in principe niet aan de orde is ‘through the summer of 2019’. Het valt dan ook niet uit te sluiten dat Draghi in oktober 2019 zijn zittingstermijn van 8 jaar zal beëindigen zonder ook maar één keer de rente te hebben verhoogd. Wel gaat de ECB ervan uit dat het lopende programma van ‘kwantitatieve verruiming’ (‘QE’) per ultimo 2018 kan worden afgerond. Begin dit jaar was het maandelijkse aankoopbedrag van staats- en bedrijfsobligaties in het kader van dit programma al verlaagd van € 60 mld. naar € 30 mld. Vanaf oktober wordt dit bedrag opnieuw gehalveerd, onder voorbehoud dat de economische ontwikkelingen positief blijven. Vanaf eind 2018 zouden dan geen nieuwe aankopen meer worden gedaan. Aflossingen zullen daarna nog wel worden geherinvesteerd.