waarmee kunnen
wij u helpen?

Marktontwikkelingen januari 2019

geplaatst op 05-02-2019 door Ronald

Een goed begin…

Financiële markten herstelden in januari over de volle breedte van de sterke koersdalingen van het laatste kwartaal van 2018. Daarbij werd de kar getrokken door aandelen. Als 2019 nu voorbij zou zijn, zou al sprake zijn van een goed beursjaar, met een rendement van 7,5% voor de MSCI World Developed Markets index in euro’s. Aandelen van opkomende markten presteerden in januari nog iets beter dan ontwikkelde aandelenbeurzen, met een rendement van 8,5% voor de MSCI Emerging Markets index. Binnen ontwikkelde markten presteerde de Amerikaanse beurs beter dan Europese en Aziatische beurzen (respectievelijk 8,2% voor MSCI North America vs. 6,2% voor MSCI Europe en 6,6% voor MSCI Asia Pacific), maar de rendementsverschillen waren niet heel groot. Overigens moeten de koersstijgingen van januari wel in context worden gezien. In het laatste kwartaal van 2018 waren de beurzen van ontwikkelde markten nog met gemiddeld ca. 12% gedaald. Alleen aandelen opkomende markten stonden eind januari hoger dan per ultimo september 2018.
Opvallend was ook het herstel van vastgoed-aandelen. Over heel 2018 was vastgoed de slechtst presterende beleggingscategorie, met een rendement van ruim -17% voor de MSCI Europe Onroerend Goed index. In januari 2019 behaalde deze index een rendement van 11,2%, het hoogste rendement van alle beleggingscategorieën. Ook de rendementen op obligaties waren in januari positief, maar aanzienlijk minder hoog dan op aandelen en vastgoed. Zowel staatsobligaties als bedrijfsobligaties behaalden een rendement van 1,1%. ‘High yield’-obligaties kwamen daar iets bovenuit, met een rendement van 2,1%.
De rendementen van de verschillende beleggingscategorieën waren als volgt:

 

Economische cijfers begin 2019 minder slecht dan eind 2018

Na een tegenvallend laatste kwartaal van 2018, waren de eerste macro-economische cijfers in 2019 vanuit de VS bemoedigend. Het Amerikaanse producentenvertrouwen, gemeten met de ISM-index, herstelde van de terugval in december. Ook de arbeidsmarkt staat er nog altijd goed voor. Zowel in december als in januari is de Amerikaanse werkgelegenheid veel sterker toegenomen dan verwacht. Het vertrouwen van Amerikaanse consumenten is in januari wel gedaald tot het laagste niveau in anderhalf jaar. Dit is waarschijnlijk mede het gevolg van de gedaalde beurskoersen en de langste ‘government shutdown’ ooit. De omvang van de economische schade van deze ‘shutdown’ is nog lastig in te schatten, mede omdat juist door de ‘shutdown’ veel macro-economische cijfers niet werden gepubliceerd. Ervan uitgaande dat deze ‘shutdown’ niet een (langdurig) vervolg krijgt, zal de schade naar verwachting redelijk beperkt blijven. Op korte termijn kan de economische groei van de VS een ‘dipje’ doormaken, maar naar verwachting wordt veel van de in de afgelopen weken gemiste productie en dienstverlening de komende maanden alsnog goedgemaakt.
Wat betreft macro-economische cijfers lijkt in de eurozone in januari overwegend sprake van een stabilisatie na eerdere tegenvallers. Zowel ondernemers- als consumentenvertrouwen is de afgelopen maanden gedaald, maar deze dalingen zetten in januari niet verder door. Daarmee blijven beide indicatoren nog altijd rond of licht boven historisch gemiddelde niveaus. De Europese werkloosheid is richting eind 2018 voor het eerst sinds het najaar van 2008 onder 8% uitgekomen. Daar staat tegenover dat in ieder geval twee belangrijke Europese economieën, die van Duitsland en Italië, balanceren op het randje van recessie. Daarnaast blijft de voortdurende onzekerheid over ‘Brexit’ als een zwaard van Damocles boven de Europese, en dan vooral de Britse, economie hangen.
De grootste onzekerheid voor de wereldeconomie betreft nog altijd de Chinese economie. In het laatste kwartaal van 2018 kwam de economische groei uit op een tegenvallende 6,4% jaar-op-jaar. Ondertussen is het Chinese producentenvertrouwen gedaald tot het laagste niveaus sinds begin 2016. Voor de Chinese economie ligt voor de komende tijd een verdere groeivertraging richting 6% in de lijn der verwachting, maar veel hangt af van de uitkomst van de onderhandelingen tussen de VS en China over de toekomstige handelsbetrekkingen.

Draai in inflatiebeeld aanstaande?

Niet alleen voor wat betreft de economische groeivooruitzichten, ook ten aanzien van inflatie lijkt het beeld aan het begin van 2019 licht gedraaid. Na een sterke daling van de olieprijs in het laatste kwartaal van 2018 (van 75 dollar naar 45 dollar per vat ruwe olie), is deze in januari weer met ca. 20% gestegen. Het effect daarvan is nog niet terug te zien in de inflatiecijfers, integendeel: in de eurozone is de ‘headline’ inflatie afgelopen kwartaal gedaald van 2,1% naar 1,4%, en in de VS van 2,7% naar 1,9% jaar-op-jaar. Op termijn zal de hogere olieprijs wel een opwaarts effect op de ‘headline’ inflatie hebben.
Ondertussen is de ‘kerninflatie’ (exclusief volatiele voedings- en energieprijzen) in de eurozone in januari opgelopen naar een hoger dan verwachte 1,1% jaar-op-jaar. Vanwege de oplopende loondruk in de eurozone ligt het in de lijn der verwachting dat de onderliggende inflatie de komende tijd verder zal oplopen. Per saldo lijkt het meest aannemelijke scenario voor de eurozone dat in 2019 de ‘headline’ inflatie en ‘kerninflatie’ naar elkaar toegroeien, en beide rond 1,5% zullen uitkomen. Voor de VS ligt een bandbreedte voor beide inflatiemaatstaven van 1,5-2% in de lijn der verwachting.

Centrale banken kunnen voorlopig rustig aan doen

Na het tegenvallende laatste kwartaal van 2018 lijken centrale banken nu minder snel geneigd om rentes te verhogen dan eerder gedacht. Vooral vanuit de Amerikaanse centrale bank, de Fed, nemen de tekenen van een aanstaande ‘rentepauze’ toe. Praktisch gezien betekent dat dat de eerder voorziene renteverhoging per eind maart waarschijnlijk niet doorgaat, en een volgende rentestap op zijn vroegst pas eind juni moet worden verwacht. Rentemarkten houden er zelfs rekening mee dat de Fed heel 2019 de rente niet zal verhogen.
Ook van de ECB hoeft op korte termijn geen renteverhoging te worden verwacht. Eerder al heeft ECB-voorzitter Mario Draghi aangegeven dat er geen rentestap komt ‘voor het eind van de zomer’, maar het is niet uitgesloten dat de boodschap binnenkort zal worden bijgesteld naar ‘geen rentestap voor eind 2019’. In dat geval zal Draghi tijdens zijn hele ambtstermijn, vanaf 2011 tot oktober 2019, niet eenmaal de Europese basisrente hebben verhoogd, en kan hij die eer aan zijn opvolger laten.