waarmee kunnen
wij u helpen?

marktontwikkelingen januari 2018

geplaatst op 07-02-2018 door Ronald

Obligaties weer in de min, aandelen in de plus

In januari zijn, net als in december, de kapitaalmarktrentes in de eurozone gestegen. Euro-staatsobligaties behaalden een rendement van -0,4%. Investment grade bedrijfsobligaties kenden een vergelijkbaar rendement. High yield deed het met een plus van 0,4% een stuk beter. In dollars gemeten bedroeg het rendement van de MSCI Wereld Aandelenindex 5,3%. Omdat de dollar ten opzichte van de euro met 3,3% in waarde daalde, was het rendement in euro’s met 1,9% behoorlijk wat lager. Alle regio’s behaalden een plus. Gedurende de maand werden er diverse hoogterecords gebroken. Net als in december hadden Emerging Markets het hoogste rendement (4,9% in januari). Europa scoorde met 1,6% het laagste rendement. Europese onroerend goedaandelen hadden last van de stijgende rente en behaalden een rendement van -1,3%.

De rendementen van de verschillende beleggingscategorieën waren als volgt:

Duitse rente verder gestegen

De 10-jaars Duitse staatsrente is de afgelopen maand met 27 basispunten gestegen tot 0,70%. Hierbij dient te worden aangetekend dat er een nieuwe benchmarklening kwam. Als hiermee rekening wordt gehouden bedroeg de stijging 21 basispunten. Andere looptijden kenden een geringere rentestijging. Zo nam de 2-jaars rente met 10 basispunten toe en de 30-jaars met 7. Duitsland was samen met de andere kernlanden (Nederland, Finland, Oostenrijk) en België het slechtst presterende obligatieland van de eurozone.

Betere performance van de periferie

In Frankrijk en in de perifere landen steeg de rente minder hard. In Italië en Portugal bleef de toename beperkt tot 1 of 2 basispunten. Het laatste land kondigde aan een deel van de door het IMF verstrekte leningen vervroegd te gaan aflossen. Spanje en Griekenland waren de outperformers. Hier daalde de 10-jaars rente met respectievelijk 14 en 36 basispunten. Beide landen kregen positief nieuws van kredietbeoordelaars. Fitch verhoogde de rating van Spanje van BBB+ naar A-, met ‘stable outlook’ met als redenen het economische herstel en de lage financieringskosten. S&P verhoogde de rating van Griekenland van B- naar B, met ‘positive outlook’ op basis van verbeterde groeivooruitzichten. De Europese Commissie oordeelde dat de Griekse staatsschuld naar een duurzaam niveau te brengen is.

Sterke economische groei

De economie van de eurozone bleef het goed doen. Zo daalde de werkloosheid, waren de detailhandelsverkopen en de industriële productie hoger dan verwacht en bleef het vertrouwen onder zowel consumenten als producenten hoog. De inflatie nam af tot 1,3% op jaarbasis, maar de kerninflatie (ex voedsel- en energieprijzen) nam toe tot 1,0%. Ook in de Verenigde Staten waren de meeste macro-economische cijfers beter dan verwacht. De inflatie daalde er licht tot 2,1% jaar-op-jaar en de kerninflatie liep op tot 1,8%. Belangrijker voor het marktbeeld was dat verschillende loonindicatoren op groen stonden. President Trump gaf zijn eerste State of the Union en vroeg het Congres om USD 1,5 biljoen in infrastructuur te mogen investeren.

Mogelijke verandering van het beleid van de ECB

Nadat eind december ECB-lid Coeuré had gezegd dat er een redelijke kans was dat het obligatie-opkoopprogramma (QE) dat in september 2018 afloopt niet zal worden verlengd begon de lange rente te stijgen. De geest leek uit de fles en in de loop van januari kwamen er meer geluiden vanuit de ECB over een mogelijk naderend einde van het zeer ruime monetaire beleid. Hierbij werd vaak verwezen naar het economische herstel en de verwachting dat de inflatie langzaamaan richting de doelstelling van net onder de 2% zal bewegen. Uit de notulen van de voorlaatste beleidsvergadering bleek dat de zogeheten ‘forward guidance’ voor de zomer van 2018 kan worden aangepast als de economie zich goed blijft ontwikkelen. Daarbij werd wel aangetekend dat een mogelijke normalisering zeer geleidelijk zal plaatsvinden. In de vergadering van eind januari werd het beleid onveranderd gelaten en was er van een (hint op een mogelijke) verandering van de ‘forward guidance’ geen sprake. Voorzitter Draghi herhaalde nog eens dat een eerste renteverhoging pas ruim na het einde van QE mogelijk zal zijn. Hij achtte de kans op een verhoging in 2018 erg gering. Omdat Draghi volgens veel marktpartijen de optie van het verlengen van QE niet duidelijk open hield en hij de recente stijging van de koers van de euro niet met woorden leek te willen keren werd de in december ingezette verkoopgolf voortgezet en stegen de rentes op de euro-kapitaalmarkt tot de hoogste niveaus sinds eind 2015. Diverse monetaire beleidsmakers spraken hun voorkeur uit voor een beëindiging van QE in september. Het Duitse ECB-lid Weidmann gaf daarbij aan een eerste renteverhoging medio 2019 realistisch te vinden. Nadat de rente was gestegen kwam er tegengas van de ‘duiven’ binnen de ECB. Zo stelde hoofdeconoom Praet dat de voorwaarden voor een beëindiging van QE nog niet vervuld zijn en dat het inflatiedoel nog niet direct in zicht is. Ook Coeuré, met wiens opmerkingen het negatieve sentiment op de obligatiemarkt was begonnen, deed een duit in het zakje door te verkondigen dat een ruim monetair beleid nodig blijft en dat de opwaartse risico’s voor de inflatie laag zijn.

Geen monetaire beleidswijzigingen in de VS

Uit de notulen van de vergadering van het Open Market Committee van de Fed van december, toen de rente werd verhoogd, bleek dat er overeenstemming was over het verder verhogen van de rente in 2018. De meningen over hoe vaak dit dan zou gebeuren liepen uiteen. Eind januari, tijdens de laatste vergadering onder voorzitterschap van Yellen, hield het FOMC de rente onveranderd. De Amerikaanse centrale bank gaat uit van een solide groei, een sterke arbeidsmarkt en een langzaam oplopende inflatie.