waarmee kunnen
wij u helpen?

Marktontwikkelingen februari 2019

geplaatst op 06-03-2019 door Ronald

…is het halve werk

In februari zette het positieve koersbeeld op financiële markten van begin dit jaar door, maar de koerswinsten waren wel minder groot dan in januari. Ook de rendementsverschillen tussen beleggingscategorieën waren minder uitgesproken dan in januari. Aandelen was in februari de best presterende beleggingscategorie, terwijl onroerend goed en staatsobligaties juist achterbleven. Binnen de beleggingscategorie aandelen maakte Europa een inhaalslag, met een koerswinst voor de MSCI-Europe index van ruim 4%. De best presterende aandelenregio van januari, opkomende markten, presteerde in februari juist het minst goed, met een rendement van bijna 1% voor de MSCI Emerging Markets index. Amerikaanse aandelen presteerden min of meer in lijn met het marktgemiddelde, met een rendement van 3,9% voor MSCI North America en 3,7% voor de MSCI World Developed Markets index in euro’s.

Onroerend goed, in januari nog de best presterende beleggingscategorie, moest in februari een stap terugdoen, met een rendement van bijna -2% voor de MSCI Europe Onroerend Goed index. Dit was mede toe te schrijven aan de licht oplopende lange rentes, waardoor ook staatsobligaties in februari een negatief rendement opleverden van -0,4%. Bedrijfsobligaties kwamen qua rendement tussen staatsobligaties en aandelen uit, met een licht positief rendement van 0,7%. High yield’-obligaties presteerden nog iets beter, met een rendement van bijna 2%.

De rendementen van de verschillende beleggingscategorieën waren als volgt:

Economische cijfers minder goed dan begin 2019, maar duidelijk beter dan eind 2018

Waar veel macro-economische cijfers richting eind 2018 tegenvielen bij de verwachtingen, en januari 2019 een duidelijk herstel liet zien, was het beeld in februari meer gemengd. Per saldo is in de meeste regio’s het vertrouwen van producenten de afgelopen tijd gedaald tot niveaus die wijzen op gemiddelde groei, maar lijkt het beeld vooralsnog niet verder te verslechteren. Relatief staat de Amerikaanse economie er nog altijd het beste voor. Het producentenvertrouwen ligt daar nog altijd boven het historische gemiddelde, en het consumentenvertrouwen liet in februari een sterk herstel zien na de onverwachte terugval in januari. Dit was waarschijnlijk mede toe te schrijven aan de sterke beursperformance van januari en het uitblijven van een hernieuwde ‘government shutdown’.

Voor de Europese economie was 2018 een overwegend tegenvallend jaar, waarbij Italië richting het eind van het jaar wegzakte in een recessie en Duitsland op het randje van een recessie balanceerde. De meest recente cijfers wijzen echter op een stabilisatie, waarbij vooral consumenten eindelijk lijken te gaan profiteren van de toenemende krapte op de arbeidsmarkt en daarmee gepaard gaande loonstijgingen. Politiek risico blijft voor Europa wel een belangrijk aandachtspunt, waarbij vooral het ‘Brexit’-drama op korte termijn voor beroering zal blijven zorgen. Een pluspunt is dat er inmiddels wel meer duidelijkheid is over de strategie van de Britse regering. Het risico van een ‘no-deal’ Brexit per 29 maart lijkt daarmee eerder kleiner dan groter geworden.
Ondertussen blijft voor de Chinese economie een verdere groeivertraging richting 6% het meest waarschijnlijke scenario, maar positieve geluiden over een goede afloop van de handelsoorlog en de toenemende kans op meer stimulerend beleid van de Chinese overheid (o.a. meer investeringen in infrastructuur) dringen de angst voor een sterke terugval van de Chinese economie naar de achtergrond.

Olieprijs bepalend voor ontwikkeling ‘headline’ inflatie

Vooral als gevolg van de sterk gedaalde olieprijs in het laatste kwartaal van 2018, is de ‘headline’ inflatie in de VS de afgelopen maanden afgenomen van bijna 3% naar 1,6% jaar-op-jaar. Ook in de eurozone is de inflatiedruk afgenomen tot 1,5% jaar-op-jaar in februari. Met het recente herstel van de olieprijs, lijkt het aannemelijk dat de ‘headline’ inflatie de komende tijd niet veel verder zal afnemen, en op termijn juist eerder weer zal oplopen.

Ondertussen is de ‘kerninflatie’ (exclusief volatiele voedings- en energieprijzen) zowel in de VS als de eurozone de laatste maanden redelijk stabiel gebleven, respectievelijk rond 2% en 1% jaar-op-jaar. Per saldo lijkt het meest aannemelijke scenario voor de eurozone dat in 2019 de ‘headline’ inflatie en ‘kerninflatie’ beide rond 1,5% zullen uitkomen. Voor de VS ligt een bandbreedte voor beide inflatiemaatstaven van 1,5-2% in de lijn der verwachting.