duurzaam beleggen bij
a.s.r. vermogensbeheer

2019: een topjaar voor beleggers

geplaatst op 06-01-2020 door Iwan

Financiële markten eindigden 2019 in stijl: december leverde opnieuw bovengemiddeld hoge rendementen op, zoals heel 2019 bovengemiddeld goed is verlopen voor beleggers. Sterker nog, 2019 is voor veel beleggers het beste jaar van het afgelopen decennium geworden. Daarbij gold in december 2019 wat ook voor het jaar als geheel geldt: risico nemen werd beloond. Aandelen waren de best presterende beleggingscategorie, gevolgd door bedrijfsobligaties. Staatsobligaties bleven in december achter, maar leverden over heel 2019 wel een positief rendement op.
Wereldwijd was december opnieuw een goede maand voor aandelen. De MSCI World Developed Markets-index behaalde in december een rendement van 1,2%, en komt daarmee in 2019 uit op een winst van ruim 30%. Dit is ruimschoots boven het historische gemiddelde rendement op aandelen. Meest opvallend in december was dat aandelenbeurzen die eerder in het jaar achterbleven een inhaalslag maakten. Dit gold vooral voor opkomende markten: de MSCI Emerging Markets-index leverde in december een rendement op van 5,6%. Ook Aziatische aandelen presteerden goed, met een rendement op maandbasis voor de MSCI Asia Pacific-index van 2,6%. Over heel 2019 gemeten bleven beide regio’s wel achter bij het wereldwijde gemiddelde, met jaarrendementen rond 20%. De best presterende aandelenregio over heel 2019, Noord-Amerika, bleef in december achter met een maandrendement van 1,0% voor de MSCI North America index. Europa kwam zowel in december als over heel 2019 wat betreft aandelenrendement tussen Noord-Amerika en opkomende markten uit.

Staatsobligaties beleefden een minder goede decembermaand. Lange rentes stegen verder, met een negatief effectief rendement van -1,0% op staatsobligaties in de eurozone tot gevolg. Over heel 2019 zijn rentes op staatsobligaties per saldo wel gedaald, waarmee Europese staatsobligaties op jaarbasis een alleszins redelijk rendement van 6,8% hebben behaald. Bedrijfsobligaties kwamen zowel in december als over heel 2019 voor wat betreft rendementen uit tussen staatsobligaties en aandelen. Daarbij bleven Europese ‘investment grade’-bedrijfsobligaties achter bij de meer risicovolle ‘high yield’-obligaties, met rendementen van respectievelijk -0,1% en 1,1% over december en 6,2% en 11,3% over heel 2019. Tenslotte beleefde beursgenoteerd vastgoed een goede decembermaand, met een rendement van 2,5% voor de MSCI Europe Onroerend Goed-index. Over heel 2019 kwam beursgenoteerd vastgoed met een jaarrendement van 19,0% uit tussen obligaties en aandelen.

De rendementen van de verschillende beleggingscategorieën waren als volgt:

Economische vooruitzichten licht verbeterd, mede dankzij meer duidelijkheid over Brexit…

Het grootste deel van 2019 stonden de groeivooruitzichten voor de wereldeconomie onder druk, vooral als gevolg van onzekerheid over de handelsoorlog en, in mindere mate, Brexit. Tegen het eind van 2019 was op beide fronten goed nieuws te melden, in ieder geval op het eerste gezicht. De Britse parlementsverkiezingen leverden een duidelijke overwinning op voor de Conservatieven van premier Johnson, waarmee niets een vertrek van het VK uit de Europese Unie per eind januari 2020 meer in de weg lijkt te staan. Op korte termijn is daarmee een belangrijke onzekere factor voor de Britse economie (en die van de eurozone) weggenomen, al blijft de vraag hoe de toekomstige relaties tussen het VK en de Europese Unie er uit zullen zien voorlopig nog onbeantwoord. Premier Johnson heeft verklaard vóór eind 2020 een (handels-) overeenkomst met de Europese Unie te willen sluiten, maar dit lijkt rijkelijk optimistisch. Waarschijnlijker is dat hij in de loop van 2020 op dit voornemen moet terugkomen, wat dan mogelijk weer een nieuwe fase van onzekerheid inluidt.

…en wapenstilstand in de handelsoorlog

Belangrijker voor de wereldeconomie was de aankondiging van de Amerikaanse president Trump, overigens in dezelfde week als de Britse verkiezingen, van een ‘Phase One’-handelsovereenkomst tussen de VS en China. Bij nadere bestudering blijkt deze overeenkomst minder veelomvattend dan met name president Trump wilde doen voorkomen, maar in ieder geval lijkt hiermee de neerwaartse spiraal van steeds verder verslechterende handelsverhoudingen doorbroken. Op korte termijn is vooral het feit dat een verzwaring van de handelstarieven per 15 december 2019 nu niet doorging een pluspunt voor zowel de Chinese als de Amerikaanse economie.
Een keerzijde kan wel zijn dat met de nu gemaakte afspraken de druk is afgenomen om tot een verdergaande ‘Phase Two’-overeenkomst te komen. In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen van november 2020 kan het voor president Trump politiek voordeliger zijn weer een hardere toon tegen China aan te slaan, tenminste zolang dit de Amerikaanse economie niet schaadt. Zoals het er nu voorstaat, kan de Amerikaanse economie juist een belangrijk wapen zijn voor president Trump in zijn strijd voor herverkiezing. De werkloosheid in de VS staat nog altijd op een 50-jaars laagterecord van 3,5%, en ook de huizenmarkt en de aandelenbeurs staan er goed voor.
Wat de Amerikaanse economie betreft is het belangrijkste aandachtspunt dat het producentenvertrouwen na een gestage daling in het grootste deel van 2019 onder de ‘neutrale’ 50-punten grens is uitgekomen. Vooral in de landbouw en de industrie is het ondernemersvertrouwen sterk gedaald, wat grotendeels lijkt toe te schrijven aan de negatieve impact van de handelsoorlog. Deze sectoren zijn vooral goed vertegenwoordigd in de staten in het midwesten van de VS die president Trump in 2016 zijn verrassende verkiezingswinst bezorgden. Voor zijn eventuele herverkiezing in 2020 heeft hij de steun van deze staten opnieuw hard nodig. Vanuit dat perspectief lijkt een wapenstilstand in de handelsoorlog tot na de presidentsverkiezingen in november per saldo dan ook wenselijker (en aannemelijker) dan een verdere uitbreiding van de strijd.

Pauze in handelsoorlog tussen VS en China ook gunstig voor de rest van de wereld

Niet alleen voor de VS en China, ook voor Europa en opkomende markten was de handelsoorlog in 2019 de belangrijkste bedreiging voor de groei. Binnen de eurozone was dit het meest duidelijk zichtbaar in de Duitse (auto-) industrie. In de tweede helft van 2019 is de Duitse economie ternauwernood aan een recessie (twee opeenvolgende kwartalen negatieve economische groei) ontsnapt. Inmiddels lijken de vooruitzichten licht verbeterd, mede dankzij de wapenstilstand in de handelsoorlog. Datzelfde geldt voor de Chinese economie, waar het producentenvertrouwen de afgelopen tijd weer grotendeels is hersteld van de inzinking eerder in 2019. Andere opkomende markten kunnen in 2020 ook profiteren van relatieve rust aan het handelsoorlog-front, al blijven politieke risico’s in specifieke landen en regio’s (met name Zuid-Amerika) wel bovengemiddeld hoog.

Eindelijk een draai in inflatiebeeld Europa?

Met de licht verbeterde groeivooruitzichten, de gestegen olieprijs en de oplopende loondruk, is het inflatiebeeld in de eurozone de afgelopen tijd ook licht gedraaid. De ‘headline’ inflatie komt weliswaar nog altijd niet verder dan 1,0%, maar zal in de komende maanden naar verwachting verder oplopen als gevolg van de gestegen olieprijs in 2019. Belangrijker is dat de ‘kerninflatie’ (exclusief volatiele voedings- en energieprijzen) in de eurozone is gestegen naar 1,3% jaar-op-jaar, nog altijd lager dan de ECB wenselijk acht maar wel ruimschoots hoger dan eerder in 2019. Ondertussen is het inflatiebeeld in de VS de afgelopen tijd niet wezenlijk veranderd, met een ‘headline’ inflatie van 2,1% en een ‘kerninflatie’ van 2,3% jaar-op-jaar.

Monetaire verkrapping in 2020 onwaarschijnlijk, maar verdere verruiming ook

Na de drie renteverlagingen van de Fed in 2019 en de aankondiging in september 2019 van een hervatting van het programma van ‘kwantitatieve verruiming’ door de inmiddels teruggetreden ECB-voorzitter Draghi, lijkt er voor de komende tijd zowel in de VS als in de eurozone geen verdere monetaire verruiming in het vat te zitten. Gezien de recente stabilisatie (tot lichte verbetering) van de groeivooruitzichten en de aantrekkende inflatie (met name in de eurozone) is er ook niet direct aanleiding voor verdere renteverlagingen en/of andere vormen van monetaire verruiming.
Zoals het er nu naar uitziet, zal de aandacht in 2020 voor wat betreft centrale banken niet zozeer uitgaan naar het monetaire beleid zelf, maar vooral naar mogelijke ‘strategische’ bijstellingen van de doelstellingen. De nieuwe ECB-voorzitter Lagarde heeft een onderzoek hiernaar aangekondigd, en ook in de VS denkt de centrale bank na of de huidige doelstellingen eventuele aanpassingen behoeven. Afgaande op recente uitspraken van Fed-voorzitter Powell, zou dit voor de Amerikaanse centrale bank kunnen betekenen dat een tijdelijke ‘overschrijding’ van de inflatiedoelstelling van 2% minder snel aanleiding kan zijn voor renteverhogingen dan tot nu toe gebruikelijk. Voor de ECB lijkt de meest voor de hand liggende uitkomst dat de huidige doelstelling van een inflatie van ‘lager dan, maar dichtbij 2%’ wordt vervangen door een meer eenduidige inflatiedoelstelling van 2%, al dan niet met een bandbreedte van bijvoorbeeld 0,5%-punt rond 2%. In dat geval zou ook voor de ECB gelden dat monetaire verkrapping langer kan uitblijven dan bij de huidige inflatiedoelstelling het geval zou zijn.

Economisch beeld pleit voor hogere rentes en aanhoudende ‘search for yield’

Al met al zijn de economische groeivooruitzichten, na een continue verslechtering in het grootste deel van 2019, de afgelopen maanden gestabiliseerd tot licht verbeterd. Bovendien is de inflatiedruk in de eurozone licht toegenomen. Deze combinatie van factoren pleit voor aanhoudende ‘search for yield’, met hogere lange rentes (nadelig voor staatsobligaties) en hogere koersen voor meer risicovolle beleggingscategorieën zoals aandelen en bedrijfsobligaties. Beursgenoteerd vastgoed kan ook van het ‘search for yield’-thema blijven profiteren, maar lijkt wel de meest kwetsbare beleggingscategorie (na staatsobligaties) bij verder oplopende rentes. Vanuit centrale banken verwachten we de komende tijd weinig nieuws, maar renteverhogingen door de Fed of de ECB lijken hoe dan ook uitgesloten in 2020. Het aanhouden van cash is bij de huidige lage (of zelfs negatieve) rentes dan ook geen aantrekkelijk alternatief.

De belangrijkste risicofactoren van 2019, de handelsoorlog en Brexit, zijn recent wat naar de achtergrond gedrongen, maar zullen naar verwachting in 2020 van tijd tot tijd wel weer opspelen. Daarbij kunnen de aankomende presidentsverkiezingen in de VS in de loop van het jaar voor extra politiek risico zorgen. Aangezien de meeste beleggingscategorieën na het uitstekende beleggingsjaar 2019 bovendien eerder duur dan goedkoop lijken, is dit wat ons betreft niet het meest geschikte moment om een al te uitgesproken tactische positionering in te nemen.